Studioportret van een hond, atelier Adolphe, De Riemerstraat 21, Den Haag. Op de achterkant: “Met vele groeten en hartelijke gelukwensch van Bello. 1/6-90”, en met blauw potlood: “van Mama van Vliet-John, voor Noetje om mee op reis te nemen — Noet toen 22 jr.”
Het atelier ‘Adolphe’ aan De Riemerstraat 21 te Den Haag was het bedrijf van hoffotograaf Adolphe Zimmermans, actief van omstreeks 1879 tot 1913 (bron: RKD).
Een familiegroep — een man met snor, een oudere vrouw en twee jongere vrouwen, met een klein wit hondje — gefotografeerd bij atelier Joseph Swaab te ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend. Behoort tot een reeks van vier opnamen van dezelfde familie in deze collectie.
Dezelfde familie als op de andere Swaab-opnamen in deze collectie, ditmaal geschikt rond een tafeltje. Atelier Joseph Swaab, ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend.
Pierre Guillaume Jean van der Schrieck (Bergen op Zoom, 23 augustus 1812 – ‘s-Gravenhage, 5 maart 1896) was luitenant-generaal en politicus. Hij werd in 1831 tweede luitenant bij de infanterie, was van 1842 tot 1854 docent aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, en werd in 1872 bevorderd tot generaal-majoor en commandant van de tweede militaire afdeling; later klom hij op tot luitenant-generaal. De priester-politicus H.J.A.M. Schaepman (eveneens in deze collectie) wijdde een opstel aan hem, ‘Generaal v.d. Schrieck’. Op de achterkant van deze kabinetfoto staat: “Generaal van der Schrieck — onze buurman op de van Lennepweg.” Atelier Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).
Adrianus Godschalk (Den Dungen, 1 augustus 1819 – ‘s-Hertogenbosch, 3 januari 1892) was rooms-katholiek geestelijke en van 1878 tot zijn dood bisschop van ‘s-Hertogenbosch. Hij was hulpbisschop van mgr. Zwijsen geweest toen hij op 8 januari 1878 door de paus tot bisschop werd benoemd. Zijn episcopaat verliep tamelijk rustig — ook rond de afkondiging van Rerum Novarum in 1891 — en werd vooral gekenmerkt door zijn felle verzet tegen ‘uitspattingen’ als het Bossche carnaval, dansen en andere wereldse vermaken. Portret bij atelier A. Schumaker, Groote Markt B.10, ‘s-Hertogenbosch.
Joannes Josephus Ignatius (Jan) Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), hier in achttiende-eeuws hofkostuum met gepoederde pruik, kniebroek en degen — vermoedelijk voor een gecostumeerd bal. Gemaakt bij hoffotograaf Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag. Harte van Tecklenburg was een ambitieus katholiek politicus, Kamerlid voor het district Grave en van 1901 tot 1905 minister van Financiën in het kabinet-Kuyper. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 mocht hij ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toevoegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).
Fokko Alting Mees (Appingedam, 27 november 1819 – Amsterdam, 1 juni 1900) was advocaat, bankier, rechter, politicus en bestuurder. Hij studeerde Romeins en hedendaags recht te Groningen en begon als advocaat in zijn geboorteplaats; daarna oefende hij vijfentwintig jaar de praktijk uit in Nederlands-Indië. In 1870 werd hij president van de Javasche Bank, vervolgens president van het Hoog-Gerechtshof en het Hoog-Militair Gerechtshof in Indië. Van 11 september 1876 tot 3 november 1877 was hij als conservatief-liberaal minister van Koloniën in het kabinet-Heemskerk–Van Lynden van Sandenburg. Van 1882 tot 1889 was hij lid van de Raad van State en daarna elf jaar president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Deze opname is van 20/21 december 1881, bij hoffotograaf M.L. Verveer, Zeestraat 52, Den Haag.
Maurits Léon Verveer (1817–1903) was van 1857 tot 1891 als portretfotograaf werkzaam in Den Haag. Voordien schilder van Scheveningse strandgezichten, werd hij hoffotograaf van de koning en koningin; hij was een broer van de schilders Salomon en Elchanon Verveer (bron: RKD).
Familieportret rond het echtpaar Combertus Pieter Burger (1825–1908) en Maria Agnes Haasloop Werner (1825–1881), gemaakt bij hoffotograaf Th. M. Staas te Leeuwarden. Combertus Pieter Burger promoveerde in 1851 te Leiden tot doctor in de natuurwetenschappen en was achtereenvolgens leraar en lector in Elburg, Gouda, Zutphen en Delft, hoogleraar aan de Polytechnische School (1864–1867) en van 1867 tot 1892 directeur van de Rijks Hoogere Burgerschool te Leeuwarden, waar hij zijn hoogleraarstitel behield. Hij gold als een gezaghebbend pedagoog, was meermaals voorzitter (en later erelid) van de Vereeniging van leeraren bij het M.O. en publiceerde onder meer de veelgebruikte Gronden der wiskundige aardrijkskunde. Nog op tachtigjarige leeftijd nam hij het initiatief tot een onderzoek naar onderwijs aan achterlijke kinderen. Het paar kreeg tussen 1853 en 1869 twaalf kinderen: Dionijs (1853–1875), Herman Gottfried (1855–1860), Huibert (1856–1946), Combertus Pieter jr. (1858–1936), Karel (1859–1949), Adriaan (1862–1937), Antonia Jakoba (1867–1933) en Wilhelmina Louise Petronella (1869–1900) behoorden daartoe. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde Burger in 1883 met Maria Louise Suringar.
Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers (Tilburg, 3 augustus 1833 – Tilburg, 12 februari 1907) was een zoon van fabrikant Bernardus Jacobus Mutsaers en Elisabeth Boex — en daarmee een broer van Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (zie diens portret in deze collectie). Van huis uit was hij fabrikant van wollen stoffen. In 1868 werd hij, 35 jaar oud, gekozen tot lid van de Provinciale Staten voor de stad Tilburg. Van 1874 tot 1901 maakte hij deel uit van Gedeputeerde Staten, en van 1889 tot 1905 was hij lid van de Tweede Kamer, achtereenvolgens voor de districten Eindhoven en Waalwijk. Bij Koninklijk Besluit van 3 december 1901 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg en op 23 december van dat jaar, op 69-jarige leeftijd, geïnstalleerd. Dit portret (atelier A. Kampf, Aken) dateert van rond 1880.
Joannes Josephus Ignatius Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), gemaakt in 1881 bij atelier Albert Lüssow te Utrecht, waar hij poseerde in kostuum “als Heer van Hauteville”. Hij was een ambitieus katholiek politicus, aanvankelijk behorend tot de conservatieve vleugel, later Schaepmanniaan; Kamerlid voor het district Grave en financieel specialist van de katholieken. Als minister van Financiën in het kabinet-Kuyper bracht hij weinig wetgeving tot stand en kwam te laat met zijn voorstel voor een protectionistische Tariefwet. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 werd hem toegestaan ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toe te voegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte. (Zie ook het familieportret van zijn ouders elders in deze collectie.) Dit portret toont hem staand.
Gustav Albert Lüssow was omstreeks 1863–1889 als fotograaf werkzaam aan de Keizerstraat te Utrecht (bron: RKD).
Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (Tilburg, 1 juli 1831 – Haaren, 1 december 1904) — een broer van Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, burgemeester van Tilburg (zie diens portret in deze collectie) — werd in 1855 tot priester gewijd te Haaren en twee jaar later benoemd tot kapelaan te Stratum. Vanaf 1861 was hij professor aan de tweede afdeling van het seminarie. Op 24 maart 1878 werd hij benoemd tot kanunnik van het kathedraal kapittel van ‘s-Hertogenbosch, later president van het seminarie, geheim kamerheer van paus Leo XIII en lid van de commissie van beheer van het instituut voor doofstommen. Op 29 augustus 1894 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dit portret (atelier J. Maes) is gemaakt in 1860 tijdens een verblijf in Brussel.
Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (Tilburg, 1 juli 1831 – Haaren, 1 december 1904) — een broer van Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, burgemeester van Tilburg (zie diens portret in deze collectie) — werd in 1855 tot priester gewijd te Haaren en twee jaar later benoemd tot kapelaan te Stratum. Vanaf 1861 was hij professor aan de tweede afdeling van het seminarie. Op 24 maart 1878 werd hij benoemd tot kanunnik van het kathedraal kapittel van ‘s-Hertogenbosch, later president van het seminarie, geheim kamerheer van paus Leo XIII en lid van de commissie van beheer van het instituut voor doofstommen. Op 29 augustus 1894 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dit portret (atelier A. van Beurden, Tilburg, ca. 1900–1910) toont hem op latere leeftijd in geestelijk gewaad.
Anna Lorié (geboren Rotterdam, 4 januari 1856) was de dochter van Adriaan Lorié en Anna Josina Burger. Zij trouwde met Volkert Kleijn van Willigen. Dit portret (atelier J. van Gorkom Jr., Rotterdam) toont haar als jong meisje.
Dionijs Lorié (Rotterdam, 4 december 1857 – ‘s-Gravenhage, 28 februari 1930) was de zoon van Adriaan Lorié en Anna Josina Burger. Hij trouwde met Cornelia Catharina Hendrika Kleijn van Willigen — een zuster van Volkert Kleijn van Willigen, met wie zijn zus Anna trouwde. Dit portret (atelier J. van Gorkom Jr., Rotterdam) toont hem als jongen met een trekpaardje op wieltjes.
John Orme Roe (Macclesfield, 1812 – Rotterdam, 23 oktober 1892) was een bekende schrijver en Fellow of the Royal Society of Literature — een genootschap met destijds zo’n 500 leden, die de afkorting F.R.S.L. achter hun naam mochten voeren.
Joannes Josephus Ignatius Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), gemaakt in 1881 bij atelier Albert Lüssow te Utrecht, waar hij poseerde in kostuum “als Heer van Hauteville”. Hij was een ambitieus katholiek politicus, aanvankelijk behorend tot de conservatieve vleugel, later Schaepmanniaan; Kamerlid voor het district Grave en financieel specialist van de katholieken. Als minister van Financiën in het kabinet-Kuyper bracht hij weinig wetgeving tot stand en kwam te laat met zijn voorstel voor een protectionistische Tariefwet. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 werd hem toegestaan ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toe te voegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte. (Zie ook het familieportret van zijn ouders elders in deze collectie.) Dit portret toont hem zittend.
Gustav Albert Lüssow was omstreeks 1863–1889 als fotograaf werkzaam aan de Keizerstraat te Utrecht (bron: RKD).
Henricus Germanus Josephus Mattheus Heijmans (geboren Utrecht, 1 maart 1861) was student te Utrecht vanaf 24 september 1880. Dit portret uit 1881, gemaakt bij atelier J.H. Kramer te Utrecht, toont hem in kostuum als ‘Hollandsche ruiter’.
Anna Maria Theresia Mitschke (Rotterdam, 1 april 1826 – Hilversum, 15 september 1890) was gehuwd met Joannes Jacobus Harte, koopman te Utrecht. Het echtpaar kreeg negen kinderen, onder wie de latere politicus en minister Joannes Josephus Ignatius (Jan) Harte van Tecklenburg (zie ook het familieportret in deze collectie). Hier is zij afgebeeld met een van haar jongere kinderen.
Deze cdv is een fotografische reproductie van een schilderij van Catharina Elisabeth Duffhus (6 mei 1788 – 27 december 1851); het originele schilderij bevindt zich in het bezit van het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Haar man was Joseph Mitschke, koopman te Utrecht. Een van haar kleinkinderen was de latere politicus en minister Jan Harte van Tecklenburg — zij was daarmee de grootmoeder van moederszijde van Anna Maria Theresia Mitschke (zie ook diens portret in deze collectie).
Otto Baron van Hogendorp (Den Haag, 17 maart 1858 – La Tour-de-Peilz, 17 juni 1936), hier afgebeeld in april 1876 op achttienjarige leeftijd, bij atelier H. Hemmers (Photographie d’Art) te Den Haag. Hij promoveerde in 1884 tot jur. dr. te Leiden en was vanaf 1913 kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina. Hij trouwde op 23 januari 1902 te Amsterdam met Agatha Johanna Elisabeth van Notten.
Deze cdv toont niet zomaar een onbekende: het is Pieter Harting (Rotterdam, 27 februari 1812 – Amersfoort, 3 december 1885), hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en veelzijdig natuurwetenschapper — bioloog, arts, farmacoloog, wiskundige, methodoloog en hydroloog. Hij is vooral bekend om zijn biologische werk, zijn verbeterde ontwerpen van microscopen en zijn studies naar de ondergrond van West- en Midden-Nederland; ook was hij een van de eerste Nederlandse aanhangers van Darwins evolutietheorie. De kaart is eigenhandig gesigneerd ‘P. Harting 1876′ — destijds gebruikelijk voor verzamel-cdv’s van bekende tijdgenoten.