Portret van jonkheer Willem Marcus van Weede van Berencamp (Amsterdam, 9 november 1848 – Wenen, 23 december 1925), Nederlands diplomaat. Studeerde rechten te Utrecht; werd in 1901 gezant te Wenen en was kort in 1905 minister van Buitenlandse Zaken, waarna hij naar Wenen terugkeerde. Onderhield een vriendschappelijke band met keizer Frans Jozef en bracht zijn latere jaren grotendeels door met liefdadigheidswerk in Wenen. Naam en jaartallen op de achterkant vermeld. Vervaardigd door Wegner & Mottu, Photographen, Amsterdam & Utrecht.
Drie generaties van een onbekende Javaanse bestuursfamilie: een oudere man, een jongeman en een kleuter, allen in traditionele kledij. Vervaardigd door Photograph Atelier A.D. Wühlisch, Citadelweg, Batavia.
Portret van een echtpaar in Javaanse kledij. Op de achterkant een uitgebreide opdracht “Aan Mevrouw en Mijnheer…”, vermoedelijk van een assistent-wedana (bestuursambtenaar) genaamd Katawinata en zijn vrouw, Raden Adjeng Katawinata — het handschrift is niet in alle onderdelen met zekerheid te ontcijferen. Vervaardigd door Woodbury & Page, Java.
Portret van een onbekende Javaanse bestuursambtenaar of edelman in formeel gewaad. Vervaardigd door Photograph Atelier A.D. Wühlisch, Citadelweg, Batavia.
Portret van Radja Permasi, dochter van de patih (inheemse bestuursambtenaar, eerste minister onder de regent) van Bandoeng, hier 10 jaar oud, gekleed in rijk baljurk met omvangrijke gouden sieraden. Vervaardigd door Woodbury & Page, Java — het bekende Britse fotografenatelier dat van 1857 tot 1908 in Batavia actief was en behalve Europeanen ook regelmatig Javaanse vorsten, regenten en bestuursfamilies fotografeerde.
Portret van Boelo Luitjen Tijdens (Nieuw-Beerta, 7 oktober 1858 – aldaar, 28 mei 1904), Groninger herenboer en politicus. Van 1891 tot 1901 lid van de Tweede Kamer voor het district Winschoten, waar hij zich vooral inzette voor de bescherming van de Groningse landbouw; gold als vooruitstrevend liberaal zonder zich bij een bestaande partijorganisatie aan te sluiten. In 1892 richtte hij de “Vereeniging tot Bevordering van de Kanalisatie van Westerwolde” op, waarvan hij voorzitter werd. Achterop gedateerd 1903 en door hemzelf gesigneerd, met de aantekening “tijdens – tweedekamer”. Vervaardigd door T. Post, Winschoten.
Fotografische reproductie van een geschilderd of gegraveerd portret van Johan Rudolf Thorbecke (Zwolle, 14 januari 1798 – Den Haag, 4 juni 1872), Nederlands liberaal staatsman en grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland. Hij stelde de Grondwet van 1848 op en was driemaal minister-president (1849–1853, 1862–1866, 1871–1872). Naam met potlood op de achterkant vermeld. Vervaardigd door de firma Pronk-Anton (J.M.W. de Louw), Photographie Artistique, Willemstraat 47, ’s-Gravenhage.
Portret van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Amsterdam, 31 december 1846 – Hilversum, 18 november 1919), hier op latere leeftijd met volle baard dan op de andere kaart uit dezelfde vondst. Naam en jaartallen met potlood op de achterkant bijgeschreven. Vervaardigd door M. Verveer, Photographe de LL.MM. le Roi et feu la Reine des Pays-Bas, Zeestraat 52, Den Haag.
Portret van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Amsterdam, 31 december 1846 – Hilversum, 18 november 1919), hier op jonge leeftijd, vermoedelijk rond de tijd dat hij op 22 mei 1870 als Lutherse predikant te Harlingen werd bevestigd. Hij zou later, na zijn afscheid van de kerk, de grondlegger worden van de Sociaal-Democratische Bond, de eerste socialistische partij van Nederland. Achterop door hemzelf gesigneerd. Vervaardigd door A. Greiner, Photograaf, Nieuwendijk L.87, Amsterdam — dit adres was in gebruik vóór de vernummering naar Nieuwendijk 89 in 1875.
Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers (Tilburg, 3 augustus 1833 – Tilburg, 12 februari 1907) was fabrikant van wollen stoffen en een zoon van Bernardus Jacobus Mutsaers; hij was een broer van de geestelijke Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (zie diens portretten in deze collectie). Vanaf 1868 zat hij in de Provinciale Staten van Noord-Brabant, van 1874 tot 1901 in Gedeputeerde Staten en van 1889 tot 1905 in de Tweede Kamer; bij Koninklijk Besluit van 3 december 1901 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg. Deze opname bij atelier L. Stollenwerk te ‘s-Hertogenbosch toont hem als jonge man. Het is een van drie portretten van hem in deze collectie, naast een vroegere opname uit Brussel (ca. 1860) en een latere uit Aken (ca. 1880).
Pierre Guillaume Jean van der Schrieck (Bergen op Zoom, 23 augustus 1812 – ‘s-Gravenhage, 5 maart 1896) was luitenant-generaal en politicus. Hij werd in 1831 tweede luitenant bij de infanterie, was van 1842 tot 1854 docent aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, en werd in 1872 bevorderd tot generaal-majoor en commandant van de tweede militaire afdeling; later klom hij op tot luitenant-generaal. De priester-politicus H.J.A.M. Schaepman (eveneens in deze collectie) wijdde een opstel aan hem, ‘Generaal v.d. Schrieck’. Op de achterkant van deze kabinetfoto staat: “Generaal van der Schrieck — onze buurman op de van Lennepweg.” Atelier Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).
Fokko Alting Mees (Appingedam, 27 november 1819 – Amsterdam, 1 juni 1900) was advocaat, bankier, rechter, politicus en bestuurder. Hij studeerde Romeins en hedendaags recht te Groningen en begon als advocaat in zijn geboorteplaats; daarna oefende hij vijfentwintig jaar de praktijk uit in Nederlands-Indië. In 1870 werd hij president van de Javasche Bank, vervolgens president van het Hoog-Gerechtshof en het Hoog-Militair Gerechtshof in Indië. Van 11 september 1876 tot 3 november 1877 was hij als conservatief-liberaal minister van Koloniën in het kabinet-Heemskerk–Van Lynden van Sandenburg. Van 1882 tot 1889 was hij lid van de Raad van State en daarna elf jaar president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Deze opname is van 20/21 december 1881, bij hoffotograaf M.L. Verveer, Zeestraat 52, Den Haag.
Maurits Léon Verveer (1817–1903) was van 1857 tot 1891 als portretfotograaf werkzaam in Den Haag. Voordien schilder van Scheveningse strandgezichten, werd hij hoffotograaf van de koning en koningin; hij was een broer van de schilders Salomon en Elchanon Verveer (bron: RKD).
Joannes Josephus Ignatius (Jan) Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), hier in achttiende-eeuws hofkostuum met gepoederde pruik, kniebroek en degen — vermoedelijk voor een gecostumeerd bal. Gemaakt bij hoffotograaf Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag. Harte van Tecklenburg was een ambitieus katholiek politicus, Kamerlid voor het district Grave en van 1901 tot 1905 minister van Financiën in het kabinet-Kuyper. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 mocht hij ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toevoegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).
Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers (Tilburg, 3 augustus 1833 – Tilburg, 12 februari 1907) was een zoon van fabrikant Bernardus Jacobus Mutsaers en Elisabeth Boex — en daarmee een broer van Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (zie diens portret in deze collectie). Van huis uit was hij fabrikant van wollen stoffen. In 1868 werd hij, 35 jaar oud, gekozen tot lid van de Provinciale Staten voor de stad Tilburg. Van 1874 tot 1901 maakte hij deel uit van Gedeputeerde Staten, en van 1889 tot 1905 was hij lid van de Tweede Kamer, achtereenvolgens voor de districten Eindhoven en Waalwijk. Bij Koninklijk Besluit van 3 december 1901 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg en op 23 december van dat jaar, op 69-jarige leeftijd, geïnstalleerd. Dit portret (atelier A. Kampf, Aken) dateert van rond 1880.
Joannes Josephus Ignatius Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), gemaakt in 1881 bij atelier Albert Lüssow te Utrecht, waar hij poseerde in kostuum “als Heer van Hauteville”. Hij was een ambitieus katholiek politicus, aanvankelijk behorend tot de conservatieve vleugel, later Schaepmanniaan; Kamerlid voor het district Grave en financieel specialist van de katholieken. Als minister van Financiën in het kabinet-Kuyper bracht hij weinig wetgeving tot stand en kwam te laat met zijn voorstel voor een protectionistische Tariefwet. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 werd hem toegestaan ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toe te voegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte. (Zie ook het familieportret van zijn ouders elders in deze collectie.) Dit portret toont hem staand.
Gustav Albert Lüssow was omstreeks 1863–1889 als fotograaf werkzaam aan de Keizerstraat te Utrecht (bron: RKD).
Joannes Josephus Ignatius Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), gemaakt in 1881 bij atelier Albert Lüssow te Utrecht, waar hij poseerde in kostuum “als Heer van Hauteville”. Hij was een ambitieus katholiek politicus, aanvankelijk behorend tot de conservatieve vleugel, later Schaepmanniaan; Kamerlid voor het district Grave en financieel specialist van de katholieken. Als minister van Financiën in het kabinet-Kuyper bracht hij weinig wetgeving tot stand en kwam te laat met zijn voorstel voor een protectionistische Tariefwet. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 werd hem toegestaan ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toe te voegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte. (Zie ook het familieportret van zijn ouders elders in deze collectie.) Dit portret toont hem zittend.
Gustav Albert Lüssow was omstreeks 1863–1889 als fotograaf werkzaam aan de Keizerstraat te Utrecht (bron: RKD).
Bernardus Jacobus Mutsaers (Tilburg, 16 juli 1795 – Tilburg, 20 augustus 1872) was wijnhandelaar en lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van 1843 tot 1867. Hij was mede-oprichter en regent van het Sint Elisabethgasthuis (1827), raadslid en president van de sociëteit Philharmonie, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Kommandeur in de Orde van de Eikenkroon. Hij trouwde in 1826 te Eindhoven met Elisabeth Boex (Eindhoven, 1799–1835) en in tweede huwelijk met Catharina van Roessel (Tilburg, 1808–1848).
Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers (Tilburg, 3 augustus 1833 – Tilburg, 12 februari 1907) was een zoon van fabrikant Bernardus Jacobus Mutsaers en Elisabeth Boex — en daarmee een broer van Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (zie diens portret in deze collectie). Van huis uit was hij fabrikant van wollen stoffen. In 1868 werd hij, 35 jaar oud, gekozen tot lid van de Provinciale Staten voor de stad Tilburg. Van 1874 tot 1901 maakte hij deel uit van Gedeputeerde Staten, en van 1889 tot 1905 was hij lid van de Tweede Kamer, achtereenvolgens voor de districten Eindhoven en Waalwijk. Bij Koninklijk Besluit van 3 december 1901 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg en op 23 december van dat jaar, op 69-jarige leeftijd, geïnstalleerd. Dit portret (atelier J. Maes, Brussel) dateert van rond 1860–1865.