Carte de visite

  • A. van Beurden: Antonius Johannes Franciscus Mutsaers, Tilburg ca. 1900

    A. van Beurden: Antonius Johannes Franciscus Mutsaers, Tilburg ca. 1900

    Over dit portret

    Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (Tilburg, 1 juli 1831 – Haaren, 1 december 1904) — een broer van Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, burgemeester van Tilburg (zie diens portret in deze collectie) — werd in 1855 tot priester gewijd te Haaren en twee jaar later benoemd tot kapelaan te Stratum. Vanaf 1861 was hij professor aan de tweede afdeling van het seminarie. Op 24 maart 1878 werd hij benoemd tot kanunnik van het kathedraal kapittel van ‘s-Hertogenbosch, later president van het seminarie, geheim kamerheer van paus Leo XIII en lid van de commissie van beheer van het instituut voor doofstommen. Op 29 augustus 1894 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dit portret (atelier A. van Beurden, Tilburg, ca. 1900–1910) toont hem op latere leeftijd in geestelijk gewaad.

  • J.H. Beal: fabrieksgebouw Dale Mills, Paterson (New Jersey), New York ca. 1873

    J.H. Beal: fabrieksgebouw Dale Mills, Paterson (New Jersey), New York ca. 1873

    Over dit stuk

    Drie opnamen van het fabriekscomplex van Dale Mills (Dale Manufacturing Co.) te Paterson, New Jersey — een fabrikant van naaizijde, twist, knoopsgatband en koord. De kaarten zijn gerugd met het merk van fotograaf J.H. Beal, New York. Verdere identificatie ontbreekt vooralsnog.

  • F. Licot: kind als Sint-Nicolaas, Nivelles ca. 1873

    F. Licot: kind als Sint-Nicolaas, Nivelles ca. 1873

    Over dit portret

    Een kind, uitgedost als Sint-Nicolaas met mijter en staf, gefotografeerd bij atelier F. Licot te Nivelles.

  • Nadin Photographic Gallery: Samuel Wasgatt (‘El Niño Farini’ / ‘Mademoiselle Lulu’), Londen ca. 1870

    Nadin Photographic Gallery: Samuel Wasgatt (‘El Niño Farini’ / ‘Mademoiselle Lulu’), Londen ca. 1870

    Over dit portret

    Deze cdv toont Samuel Wasgatt, die als kind furore maakte onder de artiestennaam ‘El Niño Farini’ — een trapezeartiest die enorm populair was bij het Britse publiek in de jaren 1860. Bij het naderen van de puberteit liet hij zijn haar groeien, veranderde van kostuum en werd nog succesvoller als ‘Mademoiselle Lulu’: een jonge vrouw die levensgevaarlijke acrobatische nummers uitvoerde, trok een groter publiek dan een mannelijke tegenhanger destijds zou doen. Recensenten roemden vaak Lulu’s gratie en schoonheid. Het bedrog hield stand doordat de illusie ook achter de schermen consequent werd volgehouden — tot Lulu in 1876 tijdens een optreden in Dublin van een platform viel en bij de behandeling door een arts de waarheid aan het licht kwam.

  • A. Hickcok: Daniel en Eliza ‘Queenie’ Nestel, Binghamton NY ca. 1865

    A. Hickcok: Daniel en Eliza ‘Queenie’ Nestel, Binghamton NY ca. 1865

    Over dit portret

    Portret van Daniel Nestel en zijn dochter Eliza S. ‘Queenie’ Nestel (1857–1937). Eliza was een ‘kleine mens’ — een van zes kinderen van Daniel en Henrietta (geboren Goebel) Nestel, die vanuit Pruisen naar de Verenigde Staten emigreerden; hun ouders en overige kinderen waren allen van gemiddelde of grotere lengte. Onder haar artiestennaam ‘Fairy Queen’ toerde Eliza de hele wereld rond met optredens in diverse circusshows.

  • Edm. Sandijck: Joanna Maria Bochstal (100e verjaardag), Eecloo ca. 1893

    Edm. Sandijck: Joanna Maria Bochstal (100e verjaardag), Eecloo ca. 1893

    Over dit portret

    Joanna Maria Bochstal, geboren te Eecloo op 20 juli 1797, hier gefotografeerd op haar honderdste verjaardag op 20 juli 1897 — het ‘jubelfeest’ vermeld op de achterkant.

  • Maths Hansen: Louise van Oranje-Nassau, Stockholm ca. 1864

    Maths Hansen: Louise van Oranje-Nassau, Stockholm ca. 1864

    Over dit portret

    Wilhelmina Frederika Alexandrina Anna Louise van Oranje-Nassau (Den Haag, 5 augustus 1828 – Stockholm, 30 maart 1871) was prinses der Nederlanden en door haar huwelijk koningin van Zweden en Noorwegen. Zij was de oudste dochter van prins Frederik van Oranje-Nassau en prinses Louise van Pruisen en bracht haar jeugd door in Den Haag en op Landgoed De Paauw te Wassenaar. In februari 1850 verloofde zij zich met kroonprins Karel van Zweden, die zij in augustus 1849 tijdens diens bezoek aan Nederland had ontmoet; het huwelijk volgde op 19 juni 1850 in de aartsbisschoppelijke kerk van Sint-Nicolaas te Stockholm.

    Mathias (Maths) Hansen, van Noorse afkomst, vestigde zich in 1859 in Stockholm en werd datzelfde jaar de eerste hoffotograaf van Zweden en Noorwegen. Zijn bloeitijd lag in de jaren 1860; hij maakte onder meer de portretten die als voorbeeld dienden voor munten en medailles van Karel XV.

  • Frères Powers: graf Theodore Parker, Florence ca. 1873

    Frères Powers: graf Theodore Parker, Florence ca. 1873

    Over dit portret

    Deze cdv toont het graf van Theodore Parker (Lexington, Massachusetts, 24 augustus 1810 – Florence, 10 mei 1860), een Amerikaans transcendentalist en hervormingsgezind predikant van de Unitarische kerk. Als hervormer en abolitionist zijn zijn woorden en veelgeciteerde uitspraken later terug te vinden in toespraken van Abraham Lincoln en Martin Luther King jr.

  • Onbekend: Alfred A. Stratton, ca. 1865

    Onbekend: Alfred A. Stratton, ca. 1865

    Over dit portret

    Alfred A. Stratton (New York, herfst 1844 – Washington D.C., 10 juni 1874) was smid van beroep toen hij zich op 19 augustus 1863 als plaatsvervanger voor de dienstgeplichte August Lass aanmeldde bij Company G, 147th New York Infantry. Op 18 juni 1864 raakte hij bij Petersburg, Virginia, zwaar gewond door kanonvuur, waarbij beide armen moesten worden geamputeerd. Hij werd bevorderd tot sergeant en op 3 oktober 1864 wegens invaliditeit uit dienst ontslagen. In 1865 trouwde hij te Brooklyn met Julia Elizabeth Johnson en vestigde zich in Washington D.C. Van september tot november 1872 verbleef hij in het Northwestern Branch, National Home for Disabled Volunteer Soldiers te Milwaukee. Hij overleed in 1874 en werd begraven op Mount Olivet Cemetery.

  • Ghémar Frères: Willoughby Trevelyan, Brussel ca. 1860

    Ghémar Frères: Willoughby Trevelyan, Brussel ca. 1860

    Over dit portret

    Willoughby Trevelyan (Henbury, Gloucestershire, 15 december 1805 – Newfargie, Fife, Schotland, 3 juli 1871) bereikte de rang van luitenant-generaal in dienst van de Britse Oost-Indische Compagnie. Hij diende tijdens de Anglo-Perzische Oorlog (1856–1857) en voerde het bevel over de artilleriebrigade bij de bestorming en verovering van Reshire, de overgave van Bushire, bij Boorazjoon en de slag bij Khoosh-Ab; ook commandeerde hij de achterhoede tot Chugudduck. Hij werd driemaal genoemd in de officiële verslagen (despatches), ontving de CB (Companion of the Order of the Bath) en een medaille met gesp.

    Ghémar Frères was omstreeks 1860 het beroemdste portretatelier van Brussel. Het werd in 1859 opgericht door Louis-Joseph Ghémar (1819–1873), ‘photographe du Roi’ na zijn portret van Leopold I, en bestond onder die naam tot 1894, gevestigd aan de Rue de l’Écuyer 27.

  • Onbekend: Victor Augustin Isidore Dechamps, ca. 1868

    Onbekend: Victor Augustin Isidore Dechamps, ca. 1868

    Over dit portret

    Victor Augustin Isidore Dechamps (Melle, 6 december 1810 – Mechelen, 29 september 1883) was een Belgisch rooms-katholiek geestelijke. Hij studeerde in Doornik, Mechelen en Leuven en werd in 1834 tot priester gewijd. In 1836 trad hij toe tot de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (redemptoristen) en werd achtereenvolgens apostolisch prefect in Wittem (1836) en rector in Luik (1840), later algemeen consultor van zijn congregatie in Napels. In 1865 werd hij bisschop van Namen, en van 1867 tot zijn dood aartsbisschop van Mechelen. In 1875 werd hij verheven tot kardinaal. Tijdens zijn ambtsperiode brak de Eerste Schoolstrijd uit (1878–1884).

  • M. Pössenbacher: Sophie Stehle, München ca. 1877

    M. Pössenbacher: Sophie Stehle, München ca. 1877

    Over dit portret

    Sophie Stehle (Sigmaringen, 15 mei 1838 – Harkerode, 4 oktober 1921) was een Duitse sopraan en koninklijk Beiers kamerzangeres. Ondanks aanvankelijk verzet van haar ouders kreeg ze zangles bij Ahlers in Augsburg en overtuigde ze later componist en operadirigent Franz Lachner en wethouder Wilhelm Schmitt in München van haar talent. Op 6 september 1860 debuteerde ze als Emmeline in Die Schweizerfamilie. Tussen 1860 en 1874 trad ze meer dan 740 keer op, waarvan 599 keer in München, met gastoptredens in Parijs, Londen, Berlijn en Wenen. Bijzonder was haar vermogen om verschillende rollen elk een eigen stemkleur te geven.

  • J. van Gorkom: John Orme Roe, Rotterdam ca. 1867

    J. van Gorkom: John Orme Roe, Rotterdam ca. 1867

    Over dit portret

    John Orme Roe (Macclesfield, 1812 – Rotterdam, 23 oktober 1892) was een bekende schrijver en Fellow of the Royal Society of Literature — een genootschap met destijds zo’n 500 leden, die de afkorting F.R.S.L. achter hun naam mochten voeren.

  • Onbekend: Pastoor-deken Augustinus van Hecke, ca. 1864

    Onbekend: Pastoor-deken Augustinus van Hecke, ca. 1864

    Over dit portret

    Augustinus van Hecke (1788–1864), pastoor-deken.

  • G. Hoogwinkel: Anna Maria Theresia Mitschke, Rotterdam ca. 1870

    G. Hoogwinkel: Anna Maria Theresia Mitschke, Rotterdam ca. 1870

    Over dit portret

    Anna Maria Theresia Mitschke (Rotterdam, 1 april 1826 – Hilversum, 15 september 1890) was gehuwd met Joannes Jacobus Harte, koopman te Utrecht. Het echtpaar kreeg negen kinderen, onder wie de latere politicus en minister Joannes Josephus Ignatius (Jan) Harte van Tecklenburg (zie ook het familieportret in deze collectie). Hier is zij afgebeeld met een van haar jongere kinderen.

  • Onbekend: Catharina Elisabeth Duffhus, ca. 1873

    Onbekend: Catharina Elisabeth Duffhus, ca. 1873

    Over dit portret

    Deze cdv is een fotografische reproductie van een schilderij van Catharina Elisabeth Duffhus (6 mei 1788 – 27 december 1851); het originele schilderij bevindt zich in het bezit van het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Haar man was Joseph Mitschke, koopman te Utrecht. Een van haar kleinkinderen was de latere politicus en minister Jan Harte van Tecklenburg — zij was daarmee de grootmoeder van moederszijde van Anna Maria Theresia Mitschke (zie ook diens portret in deze collectie).

  • H. Hemmers: Otto Baron van Hogendorp, Den Haag ca. 1879

    H. Hemmers: Otto Baron van Hogendorp, Den Haag ca. 1879

    Over dit portret

    Otto Baron van Hogendorp (Den Haag, 17 maart 1858 – La Tour-de-Peilz, 17 juni 1936), hier afgebeeld in april 1876 op achttienjarige leeftijd, bij atelier H. Hemmers (Photographie d’Art) te Den Haag. Hij promoveerde in 1884 tot jur. dr. te Leiden en was vanaf 1913 kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina. Hij trouwde op 23 januari 1902 te Amsterdam met Agatha Johanna Elisabeth van Notten.

  • J.G. Hameter: Pieter Harting, Dordrecht ca. 1878

    J.G. Hameter: Pieter Harting, Dordrecht ca. 1878

    Over dit portret

    Deze cdv toont niet zomaar een onbekende: het is Pieter Harting (Rotterdam, 27 februari 1812 – Amersfoort, 3 december 1885), hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en veelzijdig natuurwetenschapper — bioloog, arts, farmacoloog, wiskundige, methodoloog en hydroloog. Hij is vooral bekend om zijn biologische werk, zijn verbeterde ontwerpen van microscopen en zijn studies naar de ondergrond van West- en Midden-Nederland; ook was hij een van de eerste Nederlandse aanhangers van Darwins evolutietheorie. De kaart is eigenhandig gesigneerd ‘P. Harting 1876′ — destijds gebruikelijk voor verzamel-cdv’s van bekende tijdgenoten.

  • Albert Lüssow: Jan Harte van Tecklenburg in kostuum, Utrecht ca. 1881

    Albert Lüssow: Jan Harte van Tecklenburg in kostuum, Utrecht ca. 1881

    Over dit portret

    Joannes Josephus Ignatius Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), gemaakt in 1881 bij atelier Albert Lüssow te Utrecht, waar hij poseerde in kostuum “als Heer van Hauteville”. Hij was een ambitieus katholiek politicus, aanvankelijk behorend tot de conservatieve vleugel, later Schaepmanniaan; Kamerlid voor het district Grave en financieel specialist van de katholieken. Als minister van Financiën in het kabinet-Kuyper bracht hij weinig wetgeving tot stand en kwam te laat met zijn voorstel voor een protectionistische Tariefwet. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 werd hem toegestaan ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toe te voegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte. (Zie ook het familieportret van zijn ouders elders in deze collectie.) Dit portret toont hem zittend.

    Gustav Albert Lüssow was omstreeks 1863–1889 als fotograaf werkzaam aan de Keizerstraat te Utrecht (bron: RKD).

  • J.H. Kramer: Henricus Heijmans, Utrecht ca. 1881

    J.H. Kramer: Henricus Heijmans, Utrecht ca. 1881

    Over dit portret

    Henricus Germanus Josephus Mattheus Heijmans (geboren Utrecht, 1 maart 1861) was student te Utrecht vanaf 24 september 1880. Dit portret uit 1881, gemaakt bij atelier J.H. Kramer te Utrecht, toont hem in kostuum als ‘Hollandsche ruiter’.

  • L. Stollenwerk: Antonius Johannes Franciscus Mutsaers, ‘s-Hertogenbosch ca. 1874

    L. Stollenwerk: Antonius Johannes Franciscus Mutsaers, ‘s-Hertogenbosch ca. 1874

    Over dit portret

    Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (Tilburg, 1 juli 1831 – Haaren, 1 december 1904) — een broer van Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, burgemeester van Tilburg (zie diens portret in deze collectie) — werd in 1855 tot priester gewijd te Haaren en twee jaar later benoemd tot kapelaan te Stratum. Vanaf 1861 was hij professor aan de tweede afdeling van het seminarie. Op 24 maart 1878 werd hij benoemd tot kanunnik van het kathedraal kapittel van ‘s-Hertogenbosch, later president van het seminarie, geheim kamerheer van paus Leo XIII en lid van de commissie van beheer van het instituut voor doofstommen. Op 29 augustus 1894 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dit portret (atelier L. Stollenwerk, ‘s-Hertogenbosch) toont hem als jongeman.

    Leonard Stollenwerk hield van 1864 tot 1883 een ‘Photographisch Atelier’ in ‘s-Hertogenbosch (bron: RKD).

  • L. Stollenwerk: Bernardus Jacobus Mutsaers, ’s-Hertogenbosch ca. 1868

    L. Stollenwerk: Bernardus Jacobus Mutsaers, ’s-Hertogenbosch ca. 1868

    Over dit portret

    Bernardus Jacobus Mutsaers (Tilburg, 16 juli 1795 – Tilburg, 20 augustus 1872) was wijnhandelaar en lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van 1843 tot 1867. Hij was mede-oprichter en regent van het Sint Elisabethgasthuis (1827), raadslid en president van de sociëteit Philharmonie, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Kommandeur in de Orde van de Eikenkroon. Hij trouwde in 1826 te Eindhoven met Elisabeth Boex (Eindhoven, 1799–1835) en in tweede huwelijk met Catharina van Roessel (Tilburg, 1808–1848).

  • J. Maes: Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, Brussel ca. 1860

    J. Maes: Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers, Brussel ca. 1860

    Over dit portret

    Wilhelmus Petrus Adrianus Mutsaers (Tilburg, 3 augustus 1833 – Tilburg, 12 februari 1907) was een zoon van fabrikant Bernardus Jacobus Mutsaers en Elisabeth Boex — en daarmee een broer van Antonius Johannes Franciscus Mutsaers (zie diens portret in deze collectie). Van huis uit was hij fabrikant van wollen stoffen. In 1868 werd hij, 35 jaar oud, gekozen tot lid van de Provinciale Staten voor de stad Tilburg. Van 1874 tot 1901 maakte hij deel uit van Gedeputeerde Staten, en van 1889 tot 1905 was hij lid van de Tweede Kamer, achtereenvolgens voor de districten Eindhoven en Waalwijk. Bij Koninklijk Besluit van 3 december 1901 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg en op 23 december van dat jaar, op 69-jarige leeftijd, geïnstalleerd. Dit portret (atelier J. Maes, Brussel) dateert van rond 1860–1865.

  • P. Weynen & Fils: Julie Jacquet, Maastricht ca. 1876

    P. Weynen & Fils: Julie Jacquet, Maastricht ca. 1876

    Over dit portret

    Julie Jacquet, gefotografeerd bij atelier P. Weynen & Fils te Maastricht (1867–1869). Op de achterkant staat geschreven: “Tante Julie Jacquet, moeder van Alphonse en Emile”.