Over dit stuk
Groepsportret van twaalf kinderen en jongeren, vermoedelijk een schoolklas. Atelier J.D. Matthieu, Ceintuurbaan 167, Amsterdam. Namen niet bekend.


Groepsportret van twaalf kinderen en jongeren, vermoedelijk een schoolklas. Atelier J.D. Matthieu, Ceintuurbaan 167, Amsterdam. Namen niet bekend.


Foto van een standbeeld van Christoffel Columbus met aan de voet een inheemse figuur, voor een zuilengalerij. Atelier R. Soublette, Curaçao. Op de achterkant met de hand: “Estatua de Cristóbal Colón.”
Het atelier Soublette et Fils te Willemstad (Curaçao) werd gevoerd door Robert Soublette en zijn zoon Tito. Van omstreeks 1869 tot in de jaren 1920 legden zij de kolonie en haar bewoners vast; in 1904 werd de firma hoffotograaf van koningin Wilhelmina.



Een vrouw in theatraal kostuum met een Japanse parasol, atelier Adolphe, De Riemerstraat 21, Den Haag. De achterkant draagt een Franse opdracht, gedateerd Boulogne, 25 augustus 1890, met de naam ‘Gervaise’ — vermoedelijk een actrice of danseres.
Het atelier ‘Adolphe’ aan De Riemerstraat 21 te Den Haag was het bedrijf van hoffotograaf Adolphe Zimmermans, actief van omstreeks 1879 tot 1913 (bron: RKD).



Een gezin met een baby, gefotografeerd bij het atelier van Ohannes (Onnes) Kurkdjian te Soerabaja. Kurkdjian (geboren 1851 in het Russische Rijk, van Armeense afkomst; overleden Soerabaja 1903) was opgeleid in Tiflis, Moskou en Wenen en vestigde zich in 1884 in Soerabaja. Zijn atelier — vanaf circa 1900 O. Kurkdjian & Co. — groeide uit tot een van de belangrijkste fotostudio’s van Nederlands-Indië, bekend om portretten van Europeanen en Javanen en om landschaps- en vulkaanopnamen. De achterkant van deze kaart vermeldt onder meer ‘van Mama van Vliet’ en ‘volle nicht van Noel’ — dezelfde familiekring als bij het hondje Bello elders in deze collectie.



Een vrouw met parasol, atelier Moellendorf & Bachmann, Stettin (Duitsland). De achterkant draagt een Duitse opdracht van een soldaat, gedateerd Zerbst 1899.



Groepsportret van zes jonge vrouwen van een kostschool te De Steeg, 1884–1887, gemaakt bij atelier C.E. Westerborg te Arnhem. Op de achterkant genoemd: Annie Jurriaans (Rotterdam), Leentje van Dale, Sophie van Dale, Marie van Andel, Maaike van Dale en Jo Beelaerts van Emmichoven.



Vier kinderen in een tropische tuin: twee Europese kinderen met twee Indische baboes (kindermeisjes). Met blauwe inkt op de voorzijde bijgeschreven: ‘Gretha en Piet Kieft met 2 baboes’. Nederlands-Indië; fotograaf niet bekend.


Een jongen met hoepel en drijfstok op een sierlijke trap, voor een geschilderd tuindecor. Atelier A. Bisschop, Semarang (Nederlands-Indië). Naam niet bekend.


Een bruidspaar: de bruid in het wit met sluier, de bruidegom in militair uniform met sabel. Atelier F. Reissig, Ginnekenstraat B 129, Breda. Namen niet bekend.


Een gezin op de veranda van een woning met tropische beplanting: een man in wit tropentenue, een vrouw en drie jongens in matrozenpak. Nederlands-Indië; fotograaf en namen niet bekend.


Portret van een blond meisje met lang golvend haar en een bontkraag, gemaakt bij het atelier van José María Mora (1847–1926), 707 Broadway, New York. Mora, een Cubaans-Amerikaanse fotograaf die het vak leerde bij Napoleon Sarony, was in de jaren 1870–1880 een van de bekendste portretfotografen van New York en legde vooral beroemdheden uit de ‘Gilded Age’ vast — acteurs, operazangers en society. In 1893 sloot hij zijn atelier plotseling. Van dit meisje zijn twee opnamen in deze collectie; de naam is niet bekend.
José María Mora (1847–1926), Cubaans-Amerikaans en leerling van Napoleon Sarony, was in de jaren 1870–1880 een van de meest gevraagde portretfotografen van New York, gespecialiseerd in beroemdheden uit de ‘Gilded Age’. Zijn atelier aan 707 Broadway sloot hij plotseling in 1893.


Tweede opname van hetzelfde meisje met bontkraag, atelier José María Mora (1847–1926), 707 Broadway, New York — in zijn tijd een van de meest vooraanstaande portretfotografen van de stad. Naam niet bekend.
José María Mora (1847–1926), Cubaans-Amerikaans en leerling van Napoleon Sarony, was in de jaren 1870–1880 een van de meest gevraagde portretfotografen van New York, gespecialiseerd in beroemdheden uit de ‘Gilded Age’. Zijn atelier aan 707 Broadway sloot hij plotseling in 1893.


Studioportret van een hond, atelier Adolphe, De Riemerstraat 21, Den Haag. Op de achterkant: “Met vele groeten en hartelijke gelukwensch van Bello. 1/6-90”, en met blauw potlood: “van Mama van Vliet-John, voor Noetje om mee op reis te nemen — Noet toen 22 jr.”
Het atelier ‘Adolphe’ aan De Riemerstraat 21 te Den Haag was het bedrijf van hoffotograaf Adolphe Zimmermans, actief van omstreeks 1879 tot 1913 (bron: RKD).



Een jonge officier in donker uniform met tressen. Atelier Koene & Cou. Naam niet bekend; het negatief vertoont krassen.


Een familiegroep — een man met snor, een oudere vrouw en twee jongere vrouwen, met een klein wit hondje — gefotografeerd bij atelier Joseph Swaab te ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend. Behoort tot een reeks van vier opnamen van dezelfde familie in deze collectie.


Dezelfde familie als op de andere Swaab-opnamen in deze collectie, ditmaal geschikt rond een tafeltje. Atelier Joseph Swaab, ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend.


Twee vrouwen met het witte hondje dat op meerdere opnamen van deze familie voorkomt. Atelier Joseph Swaab, ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend.


Een man met twee vrouwen en het bekende witte hondje, uit dezelfde familiereeks. Atelier Joseph Swaab, ‘s-Hertogenbosch. Namen niet bekend.


Pierre Guillaume Jean van der Schrieck (Bergen op Zoom, 23 augustus 1812 – ‘s-Gravenhage, 5 maart 1896) was luitenant-generaal en politicus. Hij werd in 1831 tweede luitenant bij de infanterie, was van 1842 tot 1854 docent aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, en werd in 1872 bevorderd tot generaal-majoor en commandant van de tweede militaire afdeling; later klom hij op tot luitenant-generaal. De priester-politicus H.J.A.M. Schaepman (eveneens in deze collectie) wijdde een opstel aan hem, ‘Generaal v.d. Schrieck’. Op de achterkant van deze kabinetfoto staat: “Generaal van der Schrieck — onze buurman op de van Lennepweg.” Atelier Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).



Adrianus Godschalk (Den Dungen, 1 augustus 1819 – ‘s-Hertogenbosch, 3 januari 1892) was rooms-katholiek geestelijke en van 1878 tot zijn dood bisschop van ‘s-Hertogenbosch. Hij was hulpbisschop van mgr. Zwijsen geweest toen hij op 8 januari 1878 door de paus tot bisschop werd benoemd. Zijn episcopaat verliep tamelijk rustig — ook rond de afkondiging van Rerum Novarum in 1891 — en werd vooral gekenmerkt door zijn felle verzet tegen ‘uitspattingen’ als het Bossche carnaval, dansen en andere wereldse vermaken. Portret bij atelier A. Schumaker, Groote Markt B.10, ‘s-Hertogenbosch.



Joannes Josephus Ignatius (Jan) Harte van Tecklenburg (Utrecht, 15 oktober 1853 – ‘s-Gravenhage, 4 juli 1937), hier in achttiende-eeuws hofkostuum met gepoederde pruik, kniebroek en degen — vermoedelijk voor een gecostumeerd bal. Gemaakt bij hoffotograaf Ad. Zimmermans, De Riemerstraat 21, Den Haag. Harte van Tecklenburg was een ambitieus katholiek politicus, Kamerlid voor het district Grave en van 1901 tot 1905 minister van Financiën in het kabinet-Kuyper. Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1894 mocht hij ‘Van Tecklenburg’ aan zijn achternaam toevoegen — daarvoor heette hij eenvoudig Jan Harte.
Het atelier van hoffotograaf Adolphe Zimmermans was van omstreeks 1879 tot 1913 gevestigd in Den Haag (vanaf 1884 aan De Riemerstraat 21). Zimmermans was hoffotograaf van koningin-regentes Emma en werkte ook onder de naam ‘Adolphe & Co.’ (bron: RKD).


Fokko Alting Mees (Appingedam, 27 november 1819 – Amsterdam, 1 juni 1900) was advocaat, bankier, rechter, politicus en bestuurder. Hij studeerde Romeins en hedendaags recht te Groningen en begon als advocaat in zijn geboorteplaats; daarna oefende hij vijfentwintig jaar de praktijk uit in Nederlands-Indië. In 1870 werd hij president van de Javasche Bank, vervolgens president van het Hoog-Gerechtshof en het Hoog-Militair Gerechtshof in Indië. Van 11 september 1876 tot 3 november 1877 was hij als conservatief-liberaal minister van Koloniën in het kabinet-Heemskerk–Van Lynden van Sandenburg. Van 1882 tot 1889 was hij lid van de Raad van State en daarna elf jaar president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Deze opname is van 20/21 december 1881, bij hoffotograaf M.L. Verveer, Zeestraat 52, Den Haag.
Maurits Léon Verveer (1817–1903) was van 1857 tot 1891 als portretfotograaf werkzaam in Den Haag. Voordien schilder van Scheveningse strandgezichten, werd hij hoffotograaf van de koning en koningin; hij was een broer van de schilders Salomon en Elchanon Verveer (bron: RKD).



Familieportret rond het echtpaar Combertus Pieter Burger (1825–1908) en Maria Agnes Haasloop Werner (1825–1881), gemaakt bij hoffotograaf Th. M. Staas te Leeuwarden. Combertus Pieter Burger promoveerde in 1851 te Leiden tot doctor in de natuurwetenschappen en was achtereenvolgens leraar en lector in Elburg, Gouda, Zutphen en Delft, hoogleraar aan de Polytechnische School (1864–1867) en van 1867 tot 1892 directeur van de Rijks Hoogere Burgerschool te Leeuwarden, waar hij zijn hoogleraarstitel behield. Hij gold als een gezaghebbend pedagoog, was meermaals voorzitter (en later erelid) van de Vereeniging van leeraren bij het M.O. en publiceerde onder meer de veelgebruikte Gronden der wiskundige aardrijkskunde. Nog op tachtigjarige leeftijd nam hij het initiatief tot een onderzoek naar onderwijs aan achterlijke kinderen. Het paar kreeg tussen 1853 en 1869 twaalf kinderen: Dionijs (1853–1875), Herman Gottfried (1855–1860), Huibert (1856–1946), Combertus Pieter jr. (1858–1936), Karel (1859–1949), Adriaan (1862–1937), Antonia Jakoba (1867–1933) en Wilhelmina Louise Petronella (1869–1900) behoorden daartoe. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde Burger in 1883 met Maria Louise Suringar.


Een echtpaar in wintertooi voor een besneeuwd decor. Vervaardigd door Fotografie Strauss, Rotterdam — opgericht door het Duits-Joodse echtpaar Nathan Strauss (1863–1925) en Amalie Oppenheimer (1871–1933), die rond 1904 vanuit Königssteele naar Rotterdam vluchtten voor toenemend antisemitisme. Hun dochter Alice kwam in 1943 om in Auschwitz. Namen op deze foto niet bekend.
